FAQ RIO po

Algemeen

Voor welke sectoren wordt RIO beschikbaar gesteld?

RIO is voor alle sectoren, maar elke sector kent zijn eigen RIO-sectormodel.

Binnen de sector primair onderwijs is RIO bedoeld voor:
• Regulier basisonderwijs (inclusief Europees basisonderwijs, Internationaal georiënteerd basisonderwijs, Onderwijs aan varende kinderen en Onderwijs aan mobiele kinderen)
• Speciaal basisonderwijs
• Speciaal onderwijs
• Voortgezet speciaal onderwijs

Waar kan ik meer inhoudelijke informatie vinden over RIO?

Op de website www.rio-onderwijs.nl staat op hoofdlijnen de inhoud van het informatiemodel beschreven.

Op de site van het standaardisatie-orgaan Edustandaard is de uitgebreide versie van de RIO sectormodellen (voor Basisonderwijs en voor (Voortgezet) Speciaal Onderwijs) plus toelichting te vinden.

Waar kan ik terecht als ik vragen heb over RIO?

Voor alle vragen die met de implementatie van RIO te maken hebben (waaronder het aanmelden/registreren van RIO contactpersonen) kunt u contact opnemen met de RIO helpdesk: rio@duo.nl.

Voor vragen over het informatiemodel kunt u terecht bij info@rio-onderwijs.nl. Wanneer u dergelijke vragen telefonisch wilt stellen, kunt u contact opnemen met Kennisnet: 0800 – 321 22 33.

Hoe wordt RIO ontsloten?

RIO wordt op een aantal manieren ontsloten. Uiteraard kunnen onderwijsinstellingen zelf via MijnDUO inloggen en de eigen gegevens raadplegen. Zonder in te loggen kan elke partij of persoon het RIO-register raadplegen. De informatie die in RIO staat is open data en bevat geen persoonsgegevens. Alleen voor de gegevens bij de communicatiecontexten is een uitzondering gemaakt; die zijn alleen maar in te zien door de partijen waarvoor de communicatiecontext bedoeld is (zoals de Inspectie voor het Onderwijs, de leerplichtambtenaar van een gemeente, DUO-medewerkers etc.).

Behalve door rechtstreeks in het RIO-register te kijken, kunnen partijen ook gegevensleveringen krijgen uit RIO via zogeheten API’s (rechtstreekse digitale koppeling tussen het RIO-register en het eigen systeem van de afnemende partij) of Linked Open Data.

Hoe wordt het RIO-register gevuld?

Onderwijsinstellingen in het primair onderwijs registreren hun RIO-gegevens in het centrale RIO-portaal. De toegang tot het portaal verloopt via MijnDUO en de autorisaties daarvoor zijn door de instelling zelf in te stellen.

Let op, dit is anders dan in het voortgezet onderwijs. Daar worden de gegevens van Onderwijsaanbieders, Onderwijslocaties en Aangeboden opleidingen bijgehouden in het leerlingadministratiesysteem en automatisch uitgewisseld met RIO. In het primair onderwijs is in samenspraak met het onderwijsveld en de leveranciers gekozen om de RIO-gegevens vanuit het onderwijsbestuur centraal in het RIO-portaal te beheren. Deze gegevens worden in de leerlingadministratiesystemen automatisch ingelezen en komen beschikbaar voor andere processen waaronder het inschrijven in het nieuwe Register Onderwijsdeelnemers (ROD, voorheen BRON).

Wanneer komt RIO beschikbaar voor het primair onderwijs?

RIO komt beschikbaar in de loop van het eerste kwartaal van 2021. De onderwijsinstellingen worden hierover rechtstreeks geïnformeerd.

Mandateren en OSR

Hoe verhouden OSR en RIO zich tot elkaar?

In het OSR mandateren scholen leveranciers om bepaalde processen en diensten voor hen uit te voeren. Voorbeeld hiervan is het uitwisselen van gegevens vanuit het LAS met RIO. Het OSR functioneert als een digitaal telefoonboek, maar wisselt zelf de gegevens niet uit.

De hoofdadressering van de uitwisseling gaat nu nog op BRIN4 niveau. In het OSR wordt er onder die hoofdadressering een of meerdere administraties herkend waar gegevens heen moeten worden gestuurd of uit op worden gehaald. De inrichting van die administraties kan per instelling behoorlijk verschillen en is daarom niet rechtstreeks uit RIO af te leiden. OSR vult RIO op dit punt aan om dit verder onderscheid in administraties mogelijk te maken.

Omdat op dit moment voor het primair onderwijs nog geen Onderwijsaanbieders geregistreerd zijn, is het ook niet mogelijk om deze al te gebruiken voor de hoofdadressering van gegevensuitwisseling in het OSR. In de toekomst is het wenselijk dat de hoofdadressering niet meer op BRIN4-niveau plaatsvindt maar op dat van de Onderwijsaanbieders uit RIO, omdat dit meer aansluit bij de inrichting van de administraties.

Hoe kan ik mijn softwareleverancier mandaat geven om de RIO-gegevens uit te wisselen?

Voor RIO moet uw (leerling)administratiesysteem (LAS) aangesloten worden op het RIO-register. U dient uw softwareleverancier te mandateren om de RIO gegevens namens uw bestuur uit te wisselen. Dit kan in het Onderwijs serviceregister (OSR).

De besturen die nog geen overeenkomst met Kennisnet hebben, hebben het verzoek ontvangen om de overeenkomst met Kennisnet te sluiten, inclusief een contract voor het gebruik van het OSR.

Voor de toegang tot het OSR wordt gebruik gemaakt van MijnDUO als authenticatie- en identificatiemiddel. Er wordt een nieuwe rol toegevoegd aan de ‘Beheerder Organisatie’ van uw instelling.

Modelleren

Wat is modelleren?

Modelleren is kijken naar de werkelijkheid en deze netjes geordend weergeven. Het is daarom handig om het resultaat van een modellering ook visueel te presenteren, met schema’s. RIO werkt daarom veel met dit soort schema’s.

Welke hulpmiddelen zijn beschikbaar?

Ter ondersteuning bij het modelleren zijn een modelleerhandleiding en instructiefilmpjes beschikbaar (te vinden in https://www.doorontwikkelen-bron.nl/documenten-rio-po/) en verder is er een online modelleertool (www.riomodelleertool.nl) waarmee u de eigen onderwijsinrichting kunt uitwerken en visualiseren.

Hoe krijg ik toegang tot de modelleertool?

Om toegang te krijgen tot de modelleertool moet u eerst een account aanmaken op www.riomodelleertool.nl. De modelleertool is een zelfstandige applicatie buiten de DUO-portal. U kunt daarom niet met uw DUO-gegevens inloggen. Klik in de modelleertool op de knop ‘Registreren’ om een account aan te maken, inclusief wachtwoord. U krijgt een activeringsmail en daarna kunt u inloggen. Houd uw bestuursnummer bij de hand als u een eerste keer inlogt zodat uw account aan de juiste BRIN-gegevens kan worden gekoppeld. 

Onderwijsaanbieder en Onderwijslocatie

Hoe verhouden Onderwijsaanbieder, Onderwijslocatie, Instelling en Vestiging zich tot elkaar?

Instelling en Vestiging zijn veel gebezigde begrippen uit voor een tweetal formele erkenningen nl. respectievelijk de instellingserkenning (BRIN4) en de vestigingserkenning (BRIN4+tweecijferig volgnummer, ook wel BRIN6 genoemd). In RIO zijn de objecten Onderwijsaanbieder en Onderwijslocatie geïntroduceerd om beter en fijnmaziger aan te kunnen geven hoe de onderwijsorganisatie precies is ingericht. Dit noemen we de onderwijsinrichting en die moet overeenkomen met de view die in het maatschappelijk verkeer wordt herkend door verschillende “stakeholders” waaronder uiteraard de leerlingen en hun ouders cq voogden. Immers, aan een instellingserkenning kunnen meerdere Onderwijsaanbieders (“scholen of schoolorganisaties”) gekoppeld zijn en een Onderwijsaanbieder kan gebruik maken van meerdere Onderwijslocaties (“schoolgebouwen”).

Onderwijsaanbieder, Onderwijslocatie, Instellingserkenning en Vestigingserkenning kunnen ogenschijnlijk samenvallen (de eenpitter met maar een schoolgebouw bijvoorbeeld). Door deze objecten uit elkaar te trekken en aan elkaar te relateren maakt dit de wijze waarop het onderwijs kan worden georganiseerd een stuk flexibeler qua registratie en gebruik. Dit ook met het oog op wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de doorlopende leerlijnen als de Tienerschool, maatwerkdiploma of de groeiende samenwerking tussen twee of meer Onderwijsbesturen om gezamenlijk onderwijs aan te bieden en te verzorgen) die zich de komende jaren in het onderwijs steeds meer gaan voordoen.

Moet ik elke plek waar ik gebruik van maak als Onderwijslocatie registreren?

Elke plek waar u als onderwijsbestuur onderwijs aanbiedt en verzorgt moet u in principe registreren als Onderwijslocatie in RIO; feitelijk legt u het gebruik vast van zo’n locatie. Het is om verschillende redenen verstandig om dat ook te doen. Diverse processen zoals die in de leermiddelenketen, bij de gemeentes en ook bij de Inspectie van het Onderwijs, moeten de leerlingaantallen op een onderwijslocatie weten. Via een vestigingserkenning krijgen ze die niet altijd goed in beeld omdat meerdere onderwijslocaties onder dezelfde vestigingserkenning (die van de “hoofdvestiging”) kunnen vallen. Deze partijen bevragen de scholen ieder apart dan alsnog om een splitsing in die aantallen te verkrijgen. Als de onderwijslocaties echter worden geregistreerd in RIO dan kunnen die later mee worden gegeven in de inschrijving in ROD/BRON zodat de genoemde partijen direct de benodigde informatie kunnen verkrijgen en de scholen niet meer hoeven lastig te vallen met aparte bevragingen en daarmee gepaard gaande extra administratieve werkzaamheden.

Plekken waar leerlingen slechts een klein deel van de tijd onderwijs genieten (bijvoorbeeld een aparte gymzaal) hoeven niet als aparte Onderwijslocatie te worden geregistreerd.

Tenslotte is het niet nodig om locaties te registreren als Onderwijslocatie waar ondersteunende diensten (bestuursbureau, ICT etc.) zijn ondergebracht, maar waar geen onderwijs wordt aangeboden. Die locaties en met name de contactgegevens ervan worden veelal wel geregistreerd via de Communicatiecontexten.

Onderwijsaanbieder of onderwijslocatie?

Hoewel in het vo ze vaker voorkomen, zien we ze ook in het po terug: een groep van scholen die onder dezelfde vlag opereren. De vraag die vele onderwijsbesturen zich in het kader van RIO stellen is: is zo’n scholengroep nu één Onderwijsaanbieder met verschillende Onderwijslocaties of kunnen we de afzonderlijke scholen beter beschouwen als zelfstandige Onderwijsaanbieders die ieder voor zich het onderwijs aanbieden op een eigen plek d.w.z. Onderwijslocatie. Het enige goede antwoord is niet te geven, beide zienswijzen als hierboven geschetst zijn in principe toegestaan. Om erachter te komen wat het beste bij de situatie van de eigen organisatie past kan onderstaande helpen:

• Of Onderwijsaanbieders wel of niet gerelateerd zijn aan 1 BRIN4 (dus onder dezelfde instellingserkenning vallen) is niet relevant. Vergeet bij het modelleren in eerste instantie die BRIN4 (of BRIN4’s).
• Hebben de scholen een zekere mate van zelfstandigheid ten aanzien van de inrichting van het onderwijs? Dan zou dat erop wijzen dat het Onderwijsaanbieders zijn (zelfstandige organisatorische eenheden dus). Als op locaties alleen het onderwijs wordt verzorgd dat centraal wordt aangestuurd dan zou dat erop kunnen wijzen dat de centrale organisatie de onderwijsaanbieder is, die op meerdere Onderwijslocaties het onderwijs aanbiedt.
• Hebben de scholen een eigen naam? Een eigen logo? De naam van de overkoepelende scholengroep kan overigens best onderdeel van de naam van de school uitmaken.
• Kent de buitenwereld de “school” als een zelfstandige organisatie met een eigen naam en signatuur?
• Wil je dat de scholen in studiegidsen, keuzesites, (op termijn) scholen op de kaart etc. als zelfstandige Onderwijsaanbieders vindbaar zijn? Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit in de toekomst in eerste instantie gebeurt op het niveau van de Onderwijsaanbieder. Niet voor niks zien we dat wat nu de vestigingserkenningen zijn (kortweg “vestigingen” genoemd) in het maatschappelijk verkeer in feite als de school (in de betekenis van organisatorische eenheid) wordt beschouwd en daarmee eigenlijk Onderwijsaanbieder is. Dat de plek waar het onderwijs wordt aangeboden vaak 1-op-1 is met de organisatie die dat onderwijs aanbiedt, heeft er toe geleid dat die plek ten onrechte de naam lijkt te hebben die eigenlijk toebehoort aan de organisatorische eenheid.
• Wil je wellicht bepaalde contactgegevens op het niveau van de scholen gaan registreren (want dat kan niet of is veel lastiger als je ze beschouwt als onderwijslocaties gerelateerd aan 1 overkoepelende onderwijsaanbieder).
• Hoe intern de aansturing geregeld is met managers en rectoren is niet zo relevant. Dus je hoeft niet per se een rector per Onderwijsaanbieder te hebben, er zijn genoeg situaties waar de managementlaag in een onderwijsorganisatie anders is ingestoken dan dat men naar buiten toe zich wil profileren.

Aangeboden opleidingen

Hoe moet speciaal basisonderwijs worden gemodelleerd en geregistreerd in RIO?

Speciaal basisonderwijs wordt gemodelleerd door een aangeboden opleiding te maken met de volgende eigenschappen:
• Opleidingseenheid: Basisonderwijs
• Doelgroeponderwijsvorm: Speciaal basisonderwijs
• Opleidingskenmerk: naar keuze, indien relevant.

Welke Opleidingen en Opleidingseenheden zijn er voor het voortgezet speciaal onderwijs?

Het voortgezet speciaal onderwijs kent drie zogenoemde uitstroomprofielen nl. dagbesteding, arbeidsmarkt en vervolgonderwijs. In RIO denken we echter in Aangeboden opleidingen, dat wil zeggen programma’s die je kunt volgen. Zo’n programma is bijv. havo bovenbouw profiel natuur & techniek of arbeidsgerichte dagbesteding.

Uitstroomprofiel is iets wat je bepaalt als een leerling zich bij een school inschrijft en de school voor die leerling een bepaald ontwikkelingspad gaat opstellen die leidt tot een volgende stap in zijn carrière. Zo’n stap kan een vervolgopleiding zijn (bijvoorbeeld in het mbo) maar kan ook een baan zijn op de arbeidsmarkt of een vorm van dagbesteding. Uitstroomprofielen leg je vast in een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP).
De Inspectie kijkt of het ontwikkelingsperspectief wat opgesteld is ook aan het einde van een periode waarvoor dat perspectief van toepassing was is gehaald. Eigenlijk heel vergelijkbaar met een VO schooladvies in het po. Na 3 jaar VO-onderwijs wordt ook gekeken of de leerling op dat moment in een onderwijssoort zit dat overeenkomt met het eerdere advies van het PO.

In RIO en ook in het nieuwe BRON (ROD) willen we het onderscheid tussen uitstroomprofielen en opleidingsprogramma’s (opleidingseenheden) duidelijker maken. In RIO doen we dat door alleen maar de aangeboden opleidingen te tonen en dus geen uitstroomprofielen. Immers, het is gek om een uitstroomprofiel aan te bieden aan potentiële leerlingen.

De uitstroomprofielen worden in RIO dus gemodelleerd als opleidingseenheden. De opleidingsgroepen Arbeidsmarkt en Dagbesteding worden verder uitgesplitst naar de wettelijke onderverdeling (per groep zijn dat er drie) . De uitstroomrichting Vervolgonderwijs wordt uitgesplitst tot op het niveau van de opleidingen voor het voortgezet onderwijs die een elementcode hebben en waarop de leerlingen worden ingeschreven in BRON (ROD) die dit onderwijs volgen.

Je volgt dus een bepaalde opleiding of programma: een vo-opleiding, een vorm van arbeidsmarktvoorbereiding of een vorm van dagbesteding. Dat geeft weer van wat je nu op dit moment doet. Stap je over van het ene programma naar een andere, dan is er sprake voor BRON van een andere inschrijvingsperiode. Een leerling die bijv. begint in het opleidingsprogramma Arbeidsmarkt – Regulier bedrijf, met landelijk erkende certificaten (een programma dat moet leiden naar een baan bij een dergelijk bedrijf) maar waarvan na verloop van tijd blijkt dat hij ook prima vmbo-bb als opleidingsprogramma aan zou kunnen zal dan een andere inschrijving krijgen en daarmee ook een andere inschrijvingsperiode.

Op dit moment (november 2020) wordt er nog gewerkt aan de definitieve lijst van Opleidingseenheden voor het voortgezet speciaal onderwijs. Daarbij speelt ook nog mee of bijvoorbeeld de onderverdeling die in RIO wordt gehanteerd exact ook zo kan of mag (vanwege wettelijke regels) worden gebruikt bij de inschrijving. Zodra deze gereed is, zal deze worden opgenomen in het RIO-portaal en gepubliceerd op de website van het standaardisatie-orgaan Edustandaard. In de loop van 2021 zal een Edustandaard-beheergroep worden ingericht waaraan onderwijsinstellingen kunnen deelnemen en die de lijst zal beheren en waar nodig uitbreiden en/of aanpassen aan de actualiteit. Een vergelijkbare beheergroep is al actief voor het vo (https://www.edustandaard.nl/standaard_afspraken/waardelijsten-rio-vo/).

De voorlopige lijst van Opleidingseenheden staat in de Modelleerhandleiding RIO-po (te vinden in https://www.doorontwikkelen-bron.nl/documenten-rio-po/).

Welke Opleidingskenmerken gaan in RIO ondersteund worden?

Heel in het kort is een opleidingskenmerk een onderscheidende eigenschap van een opleiding. Welke opleidingskenmerken binnen een bepaalde sector relevant zijn om op te nemen wordt bepaald in overleg met het onderwijsveld. Voor het primair onderwijs onderscheiden we twee typen opleidingskenmerken:
1. ‘Gewone’ Opleidingskenmerken. Dit zijn inhoudelijke kenmerken van het onderwijs, zoals bijvoorbeeld een pedagogisch concept, een doorlopende leerlijn richting het voortgezet onderwijs of de manier waarop nieuwkomersonderwijs wordt georganiseerd (in aparte klassen of juist geïntegreerd in de reguliere)
2. Formele opleidingskenmerken die Doelgroeponderwijsvormen worden genoemd. Dit zijn kenmerken die gerelateerd zijn aan erkenningen en licenties en die consequenties kunnen hebben voor de bekostiging van het onderwijs en daarom moeten worden meegegeven bij de registratie van leerlingen in de Registratie Onderwijsdeelname (voorheen BRON).

Op dit moment (november 2020) wordt er nog gewerkt aan de definitieve lijst van Opleidingskenmerken voor het primair onderwijs. Zodra deze gereed is, zal deze worden gepubliceerd op de website van Edustandaard en opgenomen in het RIO-portaal. In de loop van 2021 zal een Edustandaard-werkgroep worden ingericht waaraan onderwijsinstellingen kunnen deelnemen en die de lijst zal beheren en waar nodig uitbreiden en/of aanpassen aan de actualiteit.

De voorlopige lijst van Opleidingskenmerken staat in de Modelleerhandleiding RIO-po
(te vinden in https://www.doorontwikkelen-bron.nl/documenten-rio-po/).

Op welk niveau moeten de aangeboden opleidingen van het voortgezet speciaal onderwijs worden gemodelleerd en later geregistreerd in RIO?

Dat hangt af van de situatie. Als bijvoorbeeld een Onderwijsaanbieder voor vso in de clusters 3 en 4 alle aangeboden opleidingen verzorgt op één Onderwijslocatie, dan is het in de modelleerfase voldoende om één aangeboden opleiding aan te maken:
• Opleidingseenheid: Voortgezet speciaal onderwijs
• Doelgroeponderwijsvorm: Onderwijs aan leerlingen in cluster 3/4
• Opleidingskenmerk: naar keuze, indien relevant.

Anders wordt het wanneer deze Onderwijsaanbieder in het beroepsgerichte vmbo alleen bijvoorbeeld de profielen D&P, E&O en Z&W aanbiedt. In dat geval kan in de modelleerfase worden volstaan met een opmerking bij de aangeboden opleiding waarin dit wordt aangegeven, maar in de registratiefase in 2021 kan dit nauwkeuriger gebeuren en is het ook raadzaam om dit zo te doen. Bij de registratie van leerlingen in het Register Opleidingsdeelnemers (voorheen BRON) moet elke leerling de elementcode meekrijgen van de vo-opleiding die hij volgt. Het leerlingadministratiesysteem waarmee de ROD-registratie wordt gedaan, neemt de lijst van opleidingseenheden over uit RIO. Dat betekent dat als de aangeboden opleiding in RIO op het niveau van de vmbo-bb profielen is geregistreerd dit in het leerlingadministratiesysteem (LAS) als de enige te kiezen opleidingen voor een inschrijving kan aanbieden. De Onderwijsaanbieder uit het voorbeeld heeft dus alle vmbo-bb D&P, E&O en Z&W dan beschikbaar.
Wordt echter gekozen om in RIO aangeboden opleidingen op het aggregatieniveau van een opleidingsgroep te registreren (bijv. vmbo-bb bovenbouw) dan moet in het LAS nog een keuze gemaakt worden uit een van de 10 profielen bij de inschrijving. Het zal per LAS afhangen hoe de ondersteuning er precies gaat uitzien. Dit is op dit moment nog onderwerp van analyse.

Momenteel (november 2020) wordt voor RIO ook gewerkt aan een elementcodelijst-op-maat voor de opleidingsgroep Vervolgonderwijs van het voortgezet speciaal onderwijs. Uit de lijst worden de voor het vso niet van toepassing zijnde opleidingen met hun codes weggelaten, zoals die met betrekking tot lwoo en vavo. Het plan is om de uiteindelijke lijst op te nemen als keuzelijst in het RIO-portaal, zodat scholen geen last hebben bij het registreren van opleidingen die ze toch niet mogen of kunnen aanbieden. De vastgestelde lijst zal ook gepubliceerd worden op de website van Edustandaard.

Hoe moet nieuwkomersonderwijs worden gemodelleerd en geregistreerd in RIO?

Nieuwkomersonderwijs wordt gemodelleerd door een aangeboden opleiding te maken met de volgende eigenschappen:
• Opleidingseenheid: Nieuwkomersonderwijs
• Doelgroeponderwijsvorm: Regulier basisonderwijs (het valt immers formeel onder de licentie van het basisonderwijs)
• Opleidingskenmerk: In aparte groep of Geïntegreerd in reguliere groep.

In de Modelleertool RIO-po zijn de beide Opleidingskenmerken voor het nieuwkomersonderwijs nog opgenomen als aparte Doelgroeponderwijsvormen. Dit zal in de registratiefase van RIO worden aangepast.

Communicatiecontexten

Wat zijn Communicatiecontexten?

In het kort bevat een communicatiecontext de weg waarlangs externe partijen contact moeten opnemen (dus contactgegevens) met een organisatorische eenheid (bijvoorbeeld een onderwijsbestuur) in de context van het uitvoeren van een bepaald proces (bijv. toezicht).

Soms moeten contactgegevens (bijv. voor verzuim) ook gekoppeld kunnen worden aan onderwijslocaties. Kan dat?

Communicatiecontexten kunnen niet aan een Onderwijslocatie gekoppeld worden, alleen aan organisatieonderdelen (Onderwijsbestuur, Onderwijsaanbiedersgroep, Onderwijsaanbieder). Immers, je neemt contact op met een bepaalde organisatie of bepaald organisatieonderdeel, maar niet zozeer met een bepaalde plek. Wel is de workaround bedacht om meerdere Contactpunten per organisatieonderdeel (bijvoorbeeld per locatie of afdeling) te registreren bij een Communicatiecontext. In de handleiding van het RIO-portaal wordt uitgelegd hoe dit te doen. Wees hier echter terughoudend in, want bij meerdere contactpunten moeten afnemende partijen keuzes maken en niet altijd automatisch de gegevens overnemen.

Gebruik van RIO door andere partijen

Welke partijen en processen gaan aansluiten op RIO?

Het is uiteraard aan die partijen om ook daadwerkelijk gebruik te gaan maken van RIO en hun systemen en processen daarop aan te passen. De vraagstelling vanuit het onderwijsveld en de prioritering ervan is daarin belangrijk. Hier wordt vanuit DUO op gestuurd. Partijen gaan mede daardoor in samenspraak met het onderwijsveld de aanpassingen doorvoeren om hun diensten c.q. processen aan te laten sluiten op RIO.

Los van het rechtstreeks aansluiten op RIO is het ook goed om te weten dat de inschrijving het Register Opleidingsdeelnemers (voorheen BRON) een aantal onderwijskundige onderdelen van RIO (grotendeels ook verplicht) bevat. Daarmee wordt in ieder geval een basis gelegd voor tal van afnemersprocessen binnen DUO en OCW en andere overheidsinstanties (bijv. Inspectie van het Onderwijs, gemeenten, Kadaster) om daar via gegevensleveringen gebruik van te gaan maken.

Naar verwachting gaan steeds meer partijen die de komende jaren op RIO willen aansluiten en hun diensten en processen daarop aanpassen.

Gaat Vensters voor PO aansluiten op RIO? Wordt er in Vensters dan ook gebruik gemaakt van de Opleidingskenmerken voor het maken van rapportages en als zoekfilter in Scholen op de Kaart?

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat Vensters rechtstreeks aangesloten gaat worden op RIO. Het is een wens die veel scholen die al of niet rechtstreeks betrokken zijn bij de implementatie van RIO meermaals hebben geuit. Een concrete planning is er nog niet, omdat dit een behoorlijke “verbouwing” van Vensters gaat vergen. Er moet hiervoor nog een nadere analyse worden uitgevoerd welke RIO-onderdelen in Vensters relevant zijn om ook te gebruiken en hoe die te gebruiken. Hierbij rekening houdend met verschillen die er zijn tussen het gebruik in het managementrapportage-deel van Vensters en in Scholen op de Kaart.

Privacy/AVG

Mogen gegevens uit RIO gedeeld worden met derden? Zijn er hierbij geen persoonsgegevens betrokken?

De gegevens die in RIO worden geregistreerd zijn openbaar. Iedereen mag en kan dus deze gegevens raadplegen. Er worden geen persoonsgegevens geregistreerd en gepubliceerd, alleen gegevens over de organisatiestructuur, over het opleidingsaanbod en de juridische relaties (erkenningen, onderwijslicenties) van onderwijsinstellingen.

Op zich is dat geen nieuwe situatie. Ook nu zijn onder meer bestuurs-, instellings- en vestigingsgegevens via DUO Open Data beschikbaar en downloadbaar via Excel- of CSV-bestanden. Zowel publieke als private dienstverleners (bijv. uitgevers, distributeurs) maken daarvan gebruik als basis voor hun eigen processen en voorzieningen. In sommige gevallen krijgen dienstverleners vanuit DUO direct deze gegevens via bestandsleveringen.

Met de komst van RIO komen er naast de mogelijkheid om de gegevens via een webportaal te zoeken en te raadplegen ook meer eigentijdse vormen van gegevensleveringen voor dienstverleners. De verwachting is dat dit de actualiteit en kwaliteit van het gebruik van de gegevens gaat verhogen. Of het wenselijk is dat dienstverleners daarbij gebruik moeten gaan maken van de nieuwe, onderwijskundige gegevens die ook via RIO worden geregistreerd en ontsloten is iets wat het onderwijsveld samen met die dienstverleners moet gaan afspreken. Ondersteuning daarbij vanuit de onderwijsraden ism Kennisnet is daarin wel voorzien.

Er is één uitzondering op het openbaar publiceren van de gegevens in RIO en dat zijn de contactgegevens die ook door scholen in RIO kunnen worden vastgelegd. Dat wordt gedaan via zogeheten Communicatiecontexten. Alleen de contactgegevens van de Communicatiecontexten Algemeen (een beetje vergelijkbaar met het contactadres wat men ook op de eigen website zet) en Facturatie worden voor iedereen zichtbaar. Het is aan de school resp. het onderwijsbestuur om daarin geen tot de persoon herleidbare gegevens op te nemen.

Alle andere Communicatiecontexten zijn bedoeld voor een specifieke partij. Bijv. de context Toezicht bevat contactgegevens die alleen voor daartoe geautoriseerde medewerkers van de Inspectie van het Onderwijs raadpleegbaar zullen zijn. De Communicatiecontext Leerlingzaken is dan weer alleen bedoeld voor het contact opnemen tussen scholen onderling. Denk bijv. aan het contact opnemen van een vo-school over een OSO-dossier of als er sprake is van een dubbele inschrijving.
Het is aan de scholen zelf om te bepalen of tot personen herleidbare gegevens door hen wel of niet als contextgegevens bij deze context worden geregistreerd. De algemene richtlijn is echter om ook in deze specifieke Communicatiecontexten daarmee terughoudend te zijn.

Contact:

rio@duo.nl