FAQ RIO vo

Algemeen

Voor welke sectoren wordt RIO beschikbaar gesteld?

RIO is voor alle sectoren, maar elke sector kent zijn eigen RIO-sectormodel.

Waar kan ik meer inhoudelijke informatie vinden over RIO?

Op de website www.rio-onderwijs.nl staat op hoofdlijnen de inhoud van het informatiemodel beschreven.

Op de site van het standaardisatie-orgaan Edustandaard is de uitgebreide versie van het model plus toelichting te vinden.

Waar kan ik terecht als ik vragen heb over RIO?

Voor alle vragen die met de implementatie van RIO te maken hebben (waaronder het aanmelden/registreren van RIO contactpersonen) kunt u contact opnemen met het implementatieteam: implementatie-bron@duo.nl

Voor vragen over het informatiemodel kunt u terecht bij info@rio-onderwijs.nl. Wanneer u dergelijke vragen telefonisch wilt stellen, kunt u contact opnemen met Kennisnet: 0800 – 321 22 33.

 

Hoe wordt RIO ontsloten?

RIO wordt op een aantal manieren ontsloten. Uiteraard kunnen onderwijsinstellingen zelf via MijnDUO inloggen en de eigen gegevens raadplegen. Zonder in te loggen kan elke partij of persoon het RIO-register raadplegen. De informatie die in RIO staat is open data en bevat geen persoonsgegevens. Alleen voor de gegevens bij de communicatiecontexten is een uitzondering gemaakt; die zijn alleen maar in te zien door de partijen waarvoor de communicatiecontext bedoeld is (zoals de Inspectie voor het Onderwijs, de leerplichtambtenaar van een gemeente, DUO-medewerkers etc.).
Behalve door rechtstreeks in het RIO-register te kijken, kunnen partijen ook gegevensleveringen krijgen uit RIO via zogeheten API’s (rechtstreekse digitale koppeling tussen het RIO-register en het eigen systeem van de afnemende partij) of Linked Open Data.

Hoe wordt het RIO-register gevuld?

Onderwijsinstellingen leggen de meeste onderwijskundige gegevens vast in hun eigen leerlingadministratiesysteem (LAS). Dat systeem wisselt deze informatie uit met het centrale RIO-register. Een aantal zaken worden via het zogeheten RIO Portaal rechtstreeks door onderwijsinstellingen geregistreerd en beheerd, namelijk de algemene gegevens van het Onderwijsbestuur en de bereikbaarheidsgegevens (via de zogeheten Communicatiecontexten).
Onderwijsinstellingen kunnen hun eigen gegevens te allen tijde raadplegen in het RIO Portaal, bijvoorbeeld om te controleren of alles klopt en volledig is. De toegang tot het portaal verloopt via MijnDUO en de autorisaties daarvoor zijn door de instelling zelf in te stellen.

Mandateren en OSR

Hoe verhouden OSR en RIO zich tot elkaar?

In het OSR mandateren scholen leveranciers om bepaalde processen en diensten voor hen uit te voeren. Voorbeeld hiervan is het uitwisselen van gegevens vanuit het LAS met RIO. Het OSR functioneert als een digitaal telefoonboek, maar wisselt zelf de gegevens niet uit. De hoofdadressering van die uitwisseling gaat nu nog op BRIN4 niveau. In het OSR wordt er onder die hoofdadressering een of meerdere administraties herkend waar gegevens heen moeten worden gestuurd of uit op worden gehaald. De inrichting van die administraties kan per instelling behoorlijk verschillen en is daarom niet rechtstreeks uit RIO af te leiden. OSR vult RIO aan om dit mogelijk te maken.

Het gebruikmaken van BRIN4 als hoofdadressering en niet Onderwijsaanbieder heeft te maken met de timing van OSR dat voor BRON-po en Vroegtijdig Aanmelden mbo randvoorwaardelijk is en daarom dit jaar gereed moest zijn. Omdat op dit moment nog geen Onderwijsaanbieders geregistreerd zijn, is het ook niet mogelijk om deze al te gebruiken voor de hoofdadressering. In de toekomst is het wenselijk dat de hoofdadressering de Onderwijsaanbieder is omdat dit meer aansluit bij de inrichting van de systemen.

Hoe kan ik mijn softwareleverancier mandaat geven om de RIO-gegevens uit te wisselen?

Voor RIO moet uw (leerling)administratiesysteem (LAS) aangesloten worden op het RIO-register. U dient uw softwareleverancier te mandateren om de RIO gegevens namens uw bestuur uit te wisselen. Dit kan in het Onderwijs serviceregister (OSR). 
De besturen die nog geen overeenkomst met Kennisnet hebben, hebben het verzoek ontvangen om de overeenkomst met Kennisnet te sluiten, inclusief een contract voor het gebruik van het OSR. 

Voor de toegang tot het OSR wordt gebruik gemaakt van MijnDUO als authenticatie en identificatiemiddel. Er wordt een nieuwe rol toegevoegd aan de ‘Beheerder Organisatie’ van uw instelling. Een aantal instellingen heeft nog geen beheerder op bestuursniveau aangewezen (alleen beheerders op BRIN-niveau). Deze besturen moeten ook nog een beheerder op bestuursniveau aanwijzen. Deze besturen zijn hierover benaderd.

Modelleren

Wat is modelleren?

Modelleren is kijken naar de werkelijkheid. Het is daarom handig om het resultaat van een modellering ook visueel te presenteren, met schema’s.

Welke hulpmiddelen zijn beschikbaar?

Voor het modelleren is een modelleertool beschikbaar. Ter ondersteuning is een handleiding, belsessies en filmpjes beschikbaar.

Ik heb geen bevestigingsmail ontvangen bij registratie in de modelleertool?

Het kan zijn dat deze mail in de spambox is beland. Mocht dit niet zo zijn dan kunt u mailtje sturen naar j.molenaar@kennisnet.nl

Onderwijsaanbieder en Onderwijslocatie

Hoe verhouden Onderwijsaanbieder, Onderwijslocatie, Instelling en Vestiging zich tot elkaar?

Instelling en Vestiging zijn begrippen uit de juridische werkelijkheid en zijn in principe verbonden aan respectievelijk de instellingserkenning (BRIN4) en de vestigingserkenning (BRIN4+tweecijferig volgnummer, ook wel BRIN6 genoemd). In RIO zijn de objecten Onderwijsaanbieder en Onderwijslocatie geïntroduceerd om beter en fijnmaziger aan te kunnen geven hoe de onderwijsorganisatie er onderwijskundig gezien precies uitziet. Immers, aan een instellingserkenning kunnen meerdere Onderwijsaanbieders (“schoolorganisaties”) gekoppeld zijn en een Onderwijsaanbieder kan gebruik maken van meerdere Onderwijslocaties (“schoolgebouwen”). Voor het gebruik van zo’n locatie moet in het vo apart een vestigingserkenning zijn aangevraagd.
Onderwijsaanbieder, Onderwijslocatie, Instellingserkenning en Vestigingserkenning kunnen ogenschijnlijk samenvallen (de eenpitter met maar een schoolgebouw bijvoorbeeld). Door deze objecten uit elkaar te trekken en aan elkaar te relateren maakt dit de wijze waarop het onderwijs kan worden georganiseerd een stuk flexibeler qua registratie en gebruik. Dit ook met het oog op wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de wettelijk erkende doorlopende en geïntegreerde leerroutes vmbo-mbo, maatwerkdiploma of de groeiende samenwerking tussen 2 of meer Onderwijsbesturen om gezamenlijk onderwijs aan te bieden en te verzorgen) die zich de komende jaren in het onderwijs gaan voordoen.

Moet ik elke plek waar ik gebruik van maak als Onderwijslocatie registreren?

Elke plek waar u als onderwijsbestuur onderwijs aanbiedt en verzorgt moet u in principe registreren als Onderwijslocatie in RIO; feitelijk legt u het gebruik vast van zo’n locatie). Maar hier zitten wat nuances in. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om een campus waar enkele gebouwen vlak bij elkaar staan en waar leerlingen afhankelijk van hun rooster ook allemaal gebruik van kunnen maken, vast te leggen als één Onderwijslocatie. Uiteraard is het wel van belang om mee te laten wegen wat hierin wettelijk is toegestaan (mag de campus één Vestigingserkenning hebben of moeten de afzonderlijke gebouwen elk een eigen Vestigingserkenning krijgen).
Plekken waar leerlingen slechts tijdelijk onderwijs genieten (bijvoorbeeld een stage bij een mbo-instelling) hoeven uiteraard niet als aparte Onderwijslocatie te worden geregistreerd.
Tenslotte is het niet nodig om locaties te registreren als Onderwijslocatie waar ondersteunende diensten (bestuursbureau, ICT etc.) zijn ondergebracht, maar waar geen onderwijs wordt aangeboden. Die locaties en met name de bereikbaarheidsgegevens ervan worden veelal wel geregistreerd als Communicatiecontexten.

Aangeboden opleiding

Wat zijn Opleidingskenmerken? Welke Opleidingskenmerken gaan in RIO ondersteund worden? Waar kan ik die vinden? En hoe komt deze lijst van Opleidingskenmerken tot stand?

Een toelichting op Communicatiecontexten (Wat zijn het? Hoe worden ze gebruikt? Hoe worden ze beheerd?) is te vinden onder het kopje Documentatie op https://www.edustandaard.nl/standaard_afspraken/registratie-instellingen-en-opleidingen-rio/ Op die plek wordt de laatste versie van de waardelijst Communicatiecontexten gepubliceerd die in principe een keer per jaar wordt opgesteld en vastgesteld door het onderwijsveld. Hiervoor wordt na afronding van de initiële implementatie een beheerproces ingericht.
In het kort bevat een communicatiecontext de weg waarlangs externe partijen contact moeten opnemen (dus contactgegevens) met een organisatorische eenheid (bijvoorbeeld een onderwijsbestuur) in de context van het uitvoeren van een bepaald proces (bijv. toezicht).

Hoe komen de Opleidingskenmerken tot stand en hoe worden ze beheerd? Kan ik Opleidingskenmerken die ik als instelling hanteer voor bepaalde opleidingen ook laten toevoegen?

De waardelijst met Opleidingskenmerken is op 3 september 2019 vastgesteld voor het schooljaar 2019-2020 door de Werkgroep RIO-vo, een werkgroep met daarin een aantal vo-scholen. Het kan zijn dat er in uw organisatie bij opleidingen kenmerken gehanteerd worden die nu niet op de lijst staan. In sommige gevallen zijn die kenmerken wel als kandidaat opgevoerd voor de waardelijst maar heeft de werkgroep aan de hand van een set aan criteria besloten om deze niet op te nemen. Dit geldt bijvoorbeeld voor Econasium. De argumentatie en afwegingen voor wel of niet opnemen zijn te vinden op www.edustandaard.nl waar onder Documentatie de waardelijst Opleidingskenmerken en een toelichting daarop te vinden zijn.

Wilt u dit of een ander Opleidingskenmerk laten toevoegen aan de waardelijst voor komende schooljaren, mailt u dan dit verzoek naar info@edustandaard.nl met een korte uitleg over wat het Opleidingskenmerk precies inhoudt en de argumentatie waarom het op de waardelijst zou moeten staan. Dit verzoek wordt geplaatst op een issuelijst, die samen met de waardelijst, op genoemd webpagina wordt gepubliceerd. De VO-raad gaat samen met Kennisnet als vervolg op de huidige werkgroep RIO-vo een beheeroverleg organiseren om samen met een afspiegeling van het VO-onderwijsveld periodiek alle verzoeken te beoordelen en jaarlijks tot de vaststelling van een nieuwe versie van de waardelijst te komen.

Communicatiecontext

Wat zijn Communicatiecontexten? Welke Communicatiecontexten gaan in RIO ondersteund worden? Waar kan ik die vinden? En hoe komt deze lijst van Communicatiecontexten tot stand?

Een toelichting op Communicatiecontexten (Wat zijn het? Hoe worden ze gebruikt? Hoe worden ze beheerd?) is te vinden onder het kopje Documentatie op Edustandaard.nl. Op die plek wordt de laatste versie van de waardelijst Communicatiecontexten gepubliceerd die in principe een keer per jaar wordt opgesteld en vastgesteld.

In het kort bevat een communicatiecontext de weg waarlangs externe partijen contact moeten opnemen (dus contactgegevens) met een organisatorische eenheid (bijvoorbeeld een onderwijsbestuur) in de context van het uitvoeren van een bepaald proces (bijv. toezicht).

Soms moeten contactgegevens (bijv. voor Verzuim) ook gekoppeld kunnen worden aan onderwijslocaties. Kan dat?

Communicatiecontexten kunnen niet aan een Onderwijslocatie gekoppeld worden, alleen aan organisatieonderdelen (Onderwijsbestuur, Onderwijsaanbiedersgroep, Onderwijsaanbieder). Immers, je neemt contact op met een bepaalde organisatie of bepaald organisatieonderdeel, maar niet zozeer met een bepaalde plek. Wel is de workaround bedacht om meerdere Contactpunten per organisatieonderdeel (bijvoorbeeld per locatie of afdeling) te registreren bij een Communicatiecontext. In de handleiding die voor het RIO Portaal beschikbaar komt, wordt uitgelegd hoe dit te doen.

 

Soms moeten contactgegevens (bijv. voor Verzuim) ook gekoppeld kunnen worden aan onderwijslocaties. Kan dat?

Communicatiecontexten kunnen niet aan een Onderwijslocatie gekoppeld worden, alleen aan organisatieonderdelen (Onderwijsbestuur, Onderwijsaanbiedersgroep, Onderwijsaanbieder). Immers, je neemt contact op met een bepaalde organisatie of bepaald organisatieonderdeel, maar niet zozeer met een bepaalde plek. Wel is de workaround bedacht om meerdere Contactpunten per organisatieonderdeel (bijvoorbeeld per locatie of afdeling) te registreren bij een Communicatiecontext. In de handleiding die voor het RIO Portaal beschikbaar komt, wordt uitgelegd hoe dit te doen.

Gebruik van RIO door andere partijen

Welke partijen en processen gaan aansluiten op RIO?

De werkgroep RIO-vo heeft een lijst opgesteld van partijen en processen die voordeel erbij hebben om geheel of gedeeltelijk gebruik te gaan maken van RIO gegevens.

Het is uiteraard aan die partijen om ook daadwerkelijk gebruik te gaan maken van RIO en hun systemen en processen daarop aan te passen. De vraagstelling vanuit het onderwijsveld en de prioritering ervan (die in de RIO werkgroep bij de scholen zelf wordt opgehaald) is daarin belangrijk. Hier wordt vanuit het project op gestuurd. Partijen gaan mede daardoor in samenspraak met het onderwijsveld de aanpassingen doorvoeren om hun diensten c.q. processen aan te laten sluiten op RIO.
Los van het rechtstreeks aansluiten op RIO is het ook goed om te weten dat op het moment dat RIO live gaat voor het vo (in het eerste kwartaal van 2020), de inschrijving in BRON direct een aantal onderwijskundige onderdelen van RIO (grotendeels ook verplicht) gaat bevatten. Daarmee wordt in ieder geval een basis gelegd voor tal van afnemersprocessen binnen DUO en andere overheidsinstanties (bijv. Inspectie van het Onderwijs, gemeenten, Kadaster) om daar via gegevensleveringen gebruik van te gaan maken.
Naar verwachting gaan, als het RIO-register eenmaal is gevuld, steeds meer partijen die de komende jaren op RIO willen aansluiten en hun diensten en processen daarop aanpassen.

Gaat Vensters voor VO aansluiten op RIO? Wordt er in Vensters dan ook gebruik gemaakt van de Opleidingskenmerken voor het maken van rapportages en als zoekfilter in Scholen op de Kaart?

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat Vensters rechtstreeks aangesloten gaat worden op RIO. Het is een wens die veel scholen die al of niet rechtstreeks betrokken zijn bij de implementatie van RIO meermaals hebben geuit. Een concrete planning is er nog niet, omdat dit een behoorlijke “verbouwing” van Vensters gaat vergen. Er moet hiervoor nog een nadere analyse worden uitgevoerd welke RIO-onderdelen in Vensters relevant zijn om ook te gebruiken en hoe die te gebruiken. Hierbij rekening houdend met verschillen die er zijn tussen het gebruik in het managementrapportage-deel van Vensters en in Scholen op de Kaart.

Mogen gegevens uit RIO gedeeld worden met derden? Zijn er hierbij geen persoonsgegevens betrokken?

De gegevens die in RIO worden geregistreerd zijn openbaar. Iedereen mag en kan dus deze gegevens raadplegen. Er worden geen persoonsgegevens geregistreerd en gepubliceerd, alleen gegevens over de organisatiestructuur, over het opleidingsaanbod en de juridische relaties (erkenningen, onderwijslicenties) van onderwijsinstellingen.
Op zich is dat geen nieuwe situatie. Ook nu zijn onder meer bestuurs-, instellings- en vestigingsgegevens via DUO Open Data beschikbaar en downloadbaar via Excel- of CSV-bestanden. Zowel publieke als private dienstverleners (bijv. uitgevers, distributeurs) maken daarvan gebruik als basis voor hun eigen processen en voorzieningen. In sommige gevallen krijgen dienstverleners vanuit DUO direct deze gegevens via bestandsleveringen.

Met de komst van RIO komen er naast de mogelijkheid om de gegevens via een webportaal te zoeken en te raadplegen ook meer eigentijdse vormen van gegevensleveringen voor dienstverleners. De verwachting is dat dit de actualiteit en kwaliteit van het gebruik van de gegevens gaat verhogen. Of het wenselijk is dat dienstverleners daarbij gebruik moeten gaan maken van de nieuwe, onderwijskundige gegevens die ook via RIO worden geregistreerd en ontsloten is iets wat het onderwijsveld samen met die dienstverleners moet gaan afspreken. Ondersteuning daarbij vanuit de onderwijsraden ism Kennisnet is daarin wel voorzien.

Er is één uitzondering op het openbaar publiceren van de gegevens in RIO en dat zijn de contactgegevens die ook door scholen in RIO kunnen worden vastgelegd. Dat wordt gedaan via zogeheten Communicatiecontexten. Alleen de contactgegevens van de Communicatiecontext Algemeen (een beetje vergelijkbaar met het contactadres wat men ook op de eigen website zet) worden voor iedereen zichtbaar. Het is aan de school resp. het onderwijsbestuur om daarin geen tot de persoon herleidbare gegevens op te nemen.

Alle andere Communicatiecontexten zijn bedoeld voor een specifieke partij. Bijv. de context Toezicht bevat contactgegevens die alleen voor daartoe geautoriseerde medewerkers van de Inspectie van het Onderwijs raadpleegbaar zullen zijn. Het is aan de scholen zelf om te bepalen of tot personen herleidbare gegevens door hen wel of niet als contextgegevens bij deze context worden geregistreerd. De algemene richtlijn is echter om ook in deze specifieke Communicatiecontexten daarmee terughoudend te zijn.

Privacy/AVG

Mogen gegevens uit RIO gedeeld worden met derden? Zijn er hierbij geen persoonsgegevens betrokken?

De gegevens die in RIO worden geregistreerd zijn openbaar. Iedereen mag en kan dus deze gegevens raadplegen. Er worden geen persoonsgegevens geregistreerd en gepubliceerd, alleen gegevens over de organisatiestructuur, over het opleidingsaanbod en de juridische relaties (erkenningen, onderwijslicenties) van onderwijsinstellingen.
Op zich is dat geen nieuwe situatie. Ook nu zijn onder meer bestuurs-, instellings- en vestigingsgegevens via DUO Open Data beschikbaar en downloadbaar via Excel- of CSV-bestanden. Zowel publieke als private dienstverleners (bijv. uitgevers, distributeurs) maken daarvan gebruik als basis voor hun eigen processen en voorzieningen. In sommige gevallen krijgen dienstverleners vanuit DUO direct deze gegevens via bestandsleveringen.

Met de komst van RIO komen er naast de mogelijkheid om de gegevens via een webportaal te zoeken en te raadplegen ook meer eigentijdse vormen van gegevensleveringen voor dienstverleners. De verwachting is dat dit de actualiteit en kwaliteit van het gebruik van de gegevens gaat verhogen. Of het wenselijk is dat dienstverleners daarbij gebruik moeten gaan maken van de nieuwe, onderwijskundige gegevens die ook via RIO worden geregistreerd en ontsloten is iets wat het onderwijsveld samen met die dienstverleners moet gaan afspreken. Ondersteuning daarbij vanuit de onderwijsraden ism Kennisnet is daarin wel voorzien.

Er is één uitzondering op het openbaar publiceren van de gegevens in RIO en dat zijn de contactgegevens die ook door scholen in RIO kunnen worden vastgelegd. Dat wordt gedaan via zogeheten Communicatiecontexten. Alleen de contactgegevens van de Communicatiecontext Algemeen (een beetje vergelijkbaar met het contactadres wat men ook op de eigen website zet) worden voor iedereen zichtbaar. Het is aan de school resp. het onderwijsbestuur om daarin geen tot de persoon herleidbare gegevens op te nemen.

Alle andere Communicatiecontexten zijn bedoeld voor een specifieke partij. Bijv. de context Toezicht bevat contactgegevens die alleen voor daartoe geautoriseerde medewerkers van de Inspectie van het Onderwijs raadpleegbaar zullen zijn. Het is aan de scholen zelf om te bepalen of tot personen herleidbare gegevens door hen wel of niet als contextgegevens bij deze context worden geregistreerd. De algemene richtlijn is echter om ook in deze specifieke Communicatiecontexten daarmee terughoudend te zijn.

Vavo

Bij VAVO werken we samen met een externe Onderwijsaanbieder (een ROC). Daar wordt ook de VAVO-lessen gevolgd. Wat moet ik als VO-instelling registreren? Aangeboden Opleiding, Onderwijslocatie en/of Onderwijsaanbieder? Of helemaal niets?

Het Onderwijsbestuur van een vo-school kan leerlingen in de gelegenheid stellen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, vavo-onderwijs te ontvangen dat een Onderwijsaanbieder van een ander Onderwijsbestuur verzorgt. Daar gelden bepaalde regels voor. Dat is in de regel een mbo-instelling (ROC) die naast mbo-opleidingen ook een licentie heeft om vavo-opleidingen aan te bieden en te verzorgen. De leerlingen blijven ingeschreven bij de vo-school, maar het onderwijs wordt uitbesteed. Dit kan kenbaar gemaakt worden in de inschrijving in BRON. Voor RIO is derhalve afgesproken dat de mbo-instelling de vavo-opleidingen in RIO gaat registreren en daarbij de relatie aangeeft met de Onderwijsaanbieders die hier voor verantwoordelijk zijn en de Onderwijslocaties waarop het vavo-onderwijs plaatsvindt. Die Onderwijsaanbieders en Onderwijslocaties vallen onder het Onderwijsbestuur (Bevoegd Gezag) van de desbetreffende mbo-instelling. Registratie in RIO is door het Onderwijsbestuur van de vo-school dus niet nodig en ook niet mogelijk.

Verzuim/RMC

Wat wijzigt er met de komst van RIO bij Verzuim onder andere in de Verzuimkoppeling

De wijzigingen voor Verzuim in het kader van RIO worden op 1-2-2020 geïmplementeerd. 

Verzuimmelding

  • Bij het vastleggen van een verzuimmelding moet door de melder worden aangegeven voor welke Onderwijsaanbieder (OA) en Onderwijslocatie (OL) het verzuim wordt geregistreerd. Dit doet hij door de Onderwijsaanbieder-code en de Onderwijslocatie-code, die horen bij de inschrijving, in te vullen in verzuimloket (GUI) of mee te zenden in het bericht (M2M). Vanaf 1-2-2020 kan alleen een verzuimmelding worden vastgelegd als de OA- en OL-code bekend zijn en worden ingevuld/meegezonden.
  • Voor het verzuimloket (GUI) worden aan de hand van de OA- en OL-code aanvullende gegevens uit RIO gehaald en getoond op de schermen. Hiervoor moet de verzuimapplicatie worden aangesloten op het Gegevensmagazijn van RIO.
  • Bij het doorsturen van de verzuimmelding naar de gemeente worden de volgende gegevens vermeld: OA-code en OL-code (zoals vastgelegd door de school), naam Onderwijsaanbieder, postcode en huisnummer van de Onderwijslocatie (toegevoegd vanuit RIO).
  • Voor de verzuimmelding wordt géén gebruik gemaakt van de communicatiecontext uit RIO. De communicatiecontext verzuim uit RIO heeft geen betrekking op individuele gevallen, maar gelden voor grotere groepen of een bepaald onderwerp. Bij de verzuimmelding wordt, net als in de huidige situatie de contactpersoon door de school vastgelegd. Dit betekent dat voor iedere leerling een naam, e-mail en telefoonnummer van de contactpersoon bekend is. 

Rapportages naar scholen en gemeenten

  • In de rapportages op leerlingniveau wordt de OA-code, OL-code, naam Onderwijsaanbieder, postcode en huisnummer van de Onderwijslocatie terug gemeld, als deze bekend zijn. Dit geldt alleen voor vo- en mbo-leerlingen. Voor po en voor jongeren waarvoor (nog) geen OA en OL bekend is, worden de ‘oude gegevens’ zoals deze in de huidige situatie worden gebruikt, teruggemeld.
  • In de rapportages op leerlingniveau wordt als de Onderwijsaanbieder bekend is, de communicatiecontext verzuim teruggemeld, mits deze communicatiecontext vastgelegd is. In dat geval worden de afdeling, het e-mailadres en telefoonnummer, als dit bekend is, terug gemeld. Als de Onderwijsaanbieder niet bekend is, dan wordt nagegaan of de communicatiecontext verzuim bij het Onderwijsbestuur is vastgelegd. Zo nee dan wordt het algemene adres van de school teruggemeld.

 Verwachte gevolgen

RIO in BRON-vo gaat op 31-12-2019 naar productie. Verzuim is in januari 2020 nog niet over op RIO. Hierdoor is vooral de RMC-gegevenslevering aan gemeenten van deze maand groter dan normaal. Voor de overige rapportages worden geen problemen verwacht.